De stad Dordrecht lag in vroeger tijden - voor de latere uitbreiding - uitsluitend binnen de Vest en Spuihaven.
Het terrein daarbuiten bestond uit polders die tijdens de grote stormvloed van 19 november 1421 - de Sint Elizabethsvloed- onderliepen.
Later, eind vijftiende eeuw en verder in de zestiende eeuw werden dijken aangebracht. Op oude kaarten van deze gebieden is te zien dat zich op de plek waar nu Park Merwestein ligt, bleekvelden, boomgaarden en tuinen bevonden. Een deel vandie tuinen, ook wel " lusthoven " genoemd, was eigendom van ridder Johan Berck. De naam Berckepad herinnert nog steeds aan deze grondbezitter.
Het oudste bekende eigendomsbewijs is gedateerd 27 november 1610. Het betreft een gedeelte van het huidige park. Vroegere eigenaren hebben dit gebied aanzienlijk uitgebreid door aankoop van aangrenzende percelen.
Begin negentiende eeuw heet dit particuliere landgoed ‘ Dijk- en Veldzigt ‘ in 1829 is de naam ‘ Wei- en Veldzigt ’ en in 1851 staat het bekend als ‘Veld- en Dijkzigt ‘ als Otto Boudewijn ‘t Hooft van Benthuizen - reeds eigenaar van een gedeelte ervan - de overige gronden van zijn zuster koopt.
Op dit terrein laat ‘t Hooft een chalet-achtige villa bouwen, een koetshuis, een tuinmanswoning en nog enkele opstallen. Hij geeft zijn landgoed een nieuwe naam: de buitenplaats "Merwestein ".
De Villa is, zoals op de pagina ‘ Villa ‘ is te lezen, tijdens het bombardement van 24 oktober 1944 verloren gegaan. Het Koetshuis (later Melkhuis geheten) is in 1948 door de gemeente om economische redenen gesloopt. Alleen de tuinmanswoning (thans parkwachters- woning) gelegen bij de Groenedijk-ingang bestaat nog.
Omstreeks 1883 bezat Dordrecht geen enkel openbaar wandelpark. Dat werd als een gemis beschouwd en daarom richtten een aantal burgers een comité op dat ging onderzoeken of er in Dordrecht een geschikte plek te vinden was waar een park kon worden aangelegd.
Tussen Singel, Vrieseweg en Toulonselaan lag een terrein, de Karremansweide genaamd, waar volgens het comité mogelijkheden voor de aanleg van een park waren. Doch de gemeente had andere plannen met de Karremansweide, dat tegenwoordig Oranjepark heet.Eerder dan men had verwacht diende zich in het jaar 1884 een tweede mogelijkheid aan.De eigenaresse van het landgoed Merwestein wilde haar bezit verkopen.
Het ‘ Comité tot Stichting van een park te Dordrecht ‘ ging direct tot actie over, ook al omdat werd gevreesd dat het landgoed Merwestein als het werd geveild, in handen zou kunnen komen van meerdere kopers die het grondgebied in diverse kavels zouden verdelen en bebouwen, waardoor het groene, landelijke karakter geheel verloren zou gaan.
Omdat de gemeente niet bereid was het landgoed aan te kopen, begon het comité met een inzameling onder de burgerij. De eigenaresse van landgoed Merwestein was toen bereid om de verkoopprijs te verlagen tot fl 80.000,-, als het landgoed behouden zou kunnen blijven.
Die aankoopsom van fl 80.000,- werd in korte tijd opgebracht door de Dordtse bevolking.
Het comité, dat niet van plan was zelf een park te exploiteren, onderhandelde vervolgens met de gemeente. Voorgesteld werd onder andere dat de gemeente het landgoed zou onderhouden en openstellen voor het publiek als wandelpark, waarvoor wel enkele aanpassingen nodig waren; het landgoed moest tenminste 25 jaar de bestemming krijgen van openbaar wandelpark, en eventuele bebouwing langs het park (Singel, Hallincqlaan, Vrieseweg) moest in overeenstemming zijn met het karakter van het landgoed Merwestein, dus geen kantoren en fabrieken.
Als de gemeente accoord zou gaan met alle voorwaarden was het comité bereid de ingezamelde gelden over te dragen aan de gemeente die daarmee in staat werd gesteld het landgoed aan te kopen.
De gemeente aanvaardde de voorwaarden waardoor sedert 1885 het landgoed Merwestein is veranderd in een openbaar wandelpark, genaamd Park Merwestein en dit alles dankzij de goedgeefsheid van de Dordtse burgerij.
Dan wordt op 14 februari 1885 de buitenplaats Merwestein aan de gemeente overgedragen. Kort daarna geven B & W tuinarchitect C. Kwast de opdracht een plan te maken voor de inrichting van het park.Deze gaat voortvarend te werk. Er worden o.a. wandelpaden aangelegd alsmede een drainagesysteem.
Op zondag 10 mei 1885 wordt Park Merwestein voor het publiek opengesteld, en tot de dag van vandaag is het een openbaar wandelpark, met als treurig intermezzo de sluiting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het park is in die tijd ernstig gehavend door oorlogsgeweld en door plunderingen. Veel bomen zijn toen omgezaagd om te dienen als brandhout. Het herstel (o.m verwijdering van barakken en bunkers, door de bezetter neergezet) vergt twee jaar.Met Pinksteren 1947 gaan de hekken weer open voor het publiek. Ondanks de restauratie is het verschil met het park-van-voor-de-oorlog pijnlijk. Zo is b.v. de grote fontein verdwenen, een gemis dat tot de dag van vandaag wordt gevoeld. De Stichting Park Merwestein pleit nog steeds voor reconstructie, maar de gemeente Dordrecht heeft voor dit soort ‘ evenementen ’ geen geld over.
Dit is in het kort de geschiedenis van Park Merwestein dat na een inzameling onder de Dordtse burgerij kon worden aangekocht en in beheer werd gegeven aan de gemeente Dordrecht.