In Park Merwestein bevolkt momenteel een roedel van vijftien damherten het hertenkamp. De roedel bestaat uit 14 hindes ( vrouwtjes ) en een bok ( mannetje ). Het damhert werd ooit vanuit het Middellandsezeegebied en Klein-Azië in West-Europa ingevoerd. Niet alleen in de zgn. hertenkampen werd het damhert uitgezet, maar ook in de vrije wildbaan of reservaten. Het damhert onderscheidt zich van het edelhert, dat voorkomt op de Hoge Veluwe, door haar geringere afmetingen, zijn gevlekte tekening en lichte onderzijde, hoewel er ook bruine, geheel witte en zwarte varianten bestaan.De heel lichte damherten worden ook wel eens ‘ parkherten‘ genoemd.In Park Merwestein wordt zoveel mogelijk gefokt op het donkere type, dat wil zeggen een donkerbruine vacht met een donkere streep op de bovenkant van de rug. Dit type heeft niet zoveel opvallende witte vlekken en vlakken als het lichtere type. Alleen de bok, het mannetje, draagt een gewei. In de bronsttijd ( paartijd ), van half oktober-begin november, maken de bokken, onder luid gebrul, uit wie het sterkste is. Alleen de sterkste zal de dames het hof mogen maken. In het hertenkamp van Park Merwestein is gekozen voor één bok. Dit om in alle rust de bronsttijd goed te laten verlopen en om onrust, door vechtende bokken, te voorkomen.Gedurende de bronsttijd zal de bok haast niet eten of drinken: hij verliest hierbij veel lichaamsgewicht. Tijdens deze bronsttijd ziet men de bok met zijn poot graven en hevig op deze plek urineren; dit is om zijn territorium af te bakenen. Hij is ook constant bezig zijn vrouwen bij elkaar te houden. Wanneer de bronsttijd ten einde is zal de dierverzorger merken dat de bok weer gaat eten en drinken. De nauwlettende bezoeker/toeschouwer zal omstreeks juni- juli, plm. zeven maanden na de bronsttijd, waarnemen dat de drachtige hinde, tegen de tijd van het werpen zich probeert af te zonderen van de roedel. Ze zal proberen om tussen de brandnetels of enige hoge begroeiing haar jong te werpen. Nadat het jong is geworpen zullen alle hindes ruiken aan het geboren jong om de lucht aan te nemen van het jong voor acceptatie in de roedel. Wanneer het jong geworpen is zal de moeder de placenta opeten, dit om de melkgift in gang te zetten. De eerste dagen na de geboorte zal het jong op een beschutte plaats blijven om een van nature uit bedreiging van roofdieren te voorkomen. De moeder zondert zich tijdens deze momenten af van haar jong. Meestal komen de pasgeboren jongen tegen zonsopgang en zonsondergang tevoorschijn en krijgen van hun moeder hun drinken. Niettemin houd de moeder haar kind overdag wel goed in de gaten. Verder ziet men meestal de roedel vreedzaam en herkauwend op de weide liggen, of bedelend aan het hek staan. Deze ogenschijnlijke rust kan bij enig vermeend onraad omslaan in een snelle actie, waarbij de roedel van galop over kan gaan in het nemen van grote sprongen, waarbij de staart stijl omhoog wijst. Hierbij worden de witte vlekken aan de achterkant van het damhert zichtbaar, de zgn. spiegels, die zijn soortgenoten aangeven dat er gevaar dreigt. Bij grote paniek zijn manshoge sprongen geen uitzondering en is het hek van het hertenkamp nauwelijks hoog of sterk genoeg. Van nature is het damhert schuw, en is het meest bedreigende voor deze diersoort "stress". Het damhert voedt zich van nature met gras, takken, bladeren, boombast en kruiden. In Park Merwestein krijgen de herten een op hen afgestemd voedsel dat bestaat uit hertenbrokken, met daarin de van nature noodzakelijke mineralen en vitamines, pulpbrokken en geplette haver. Brood en deegwaren zijn uit den boze voor het damhert omdat dit slecht is voor het maag-darmkanaal; het hert is een herkauwer en bezit een 4 magensysteem.‘s Zomers heeft het hert de beschikking tot begrazen van het gras, maar het wordt wel bijgevoerd. In de wintermaanden worden de maaltijden voorzien van extra hooi, omdat gras dan ontbreekt. Het gewei van de bokken wordt in het voorjaar (april) afgeworpen, op een paar benige uitsteeksels van het voorhoofdsbeen na ( de zgn .rozenstokken). Er ontwikkelt zich direct een nieuw gewei.Een bok kan een schoffel- of bladgewei bezitten, of een pennengewei. Het groeiende gewei is bedekt met een fluweelachtig vel, de zgn. bast. Onder deze bast lopen aderen, die voor de voeding van het nieuw te vormen gewei moeten zorgen. In ongeveer vijf maanden heeft het gewei zijn maximale lengte bereikt.Daarna stopt de bloedtoevoer en tevens de groei van het gewei, de bast verdroogt en hangt als vellen om het gewei. Veel bezoekers zien deze bloedige massa en denken dan dat de bok gewond is.Om van deze hinderlijke vellen verlost te worden,( of is het om zijn mannelijke aanzien te herstellen? ) veegt de bok langs bomen,struiken, of zoals in Park Merwestein, langs het hek van het hertenkamp of de aanwezige boomkorven in het hertenkamp. De roedel kan helaas niet het hele jaar door op de weide blijven en wordt in het vroege voorjaar, februari-maart, op de met hekken afgezette stenen loop gezet. In deze tijd wordt er onderhoud gepleegd aan de weide, dat bestaat uit bezanden, doorzaaien en bemesten, om te zorgen voor een nieuwe grasmat.Ook zal menige bezoeker contateren dat tijdens het geboorteseizoen het achterste gedeelte van het hertenkamp met hekken wordt afgesloten. Dit is om te voorkomen dat pasgeboren jonge herten in de vijver belanden en door onderkoeling zullen sterven. Ook wanneer er ijs op het water ligt wordt de achterste weide afgesloten zodat de herten niet op het ijs gaan waar grote kans bestaat dat ze een poot breken. Waar eens de oude stal heeft gestaan (op de stenen loop) is nu een zandbak gemaakt voor de herten. Eerder was het de bedoeling deze plaats ook te bestraten, maar de roedel nam echter met zoveel enthousiasme de zandbak in beslag, dat toen maar werd besloten dit speeltje aan de herten te gunnen.Nadat het contact met Moeder Aarde, voor wat het damhert betrof, was hersteld, blijft er voor de dierverzorger niets anders over dan het vuile zand eens per jaar te verversen. Om inteelt te voorkomen wordt om de 3 jaar de bok vervangen door een nieuw exemplaar. Verder wordt ieder jaar volgens een afgestemd protocol de roedel geselecteerd. Dat wil zeggen dat de in dit jaar jong geboren bokjes verdwijnen uit om concurrentie met de oudere bok te voorkomen. Ook oudere hindes worden eruit geselecteerd zodat er een vitale en gezonde roedel overblijft bestaande uit één bok en 14 hindes.